Fragment uit 'de overgave'
Ik word geboeid door de zoektocht van mensen naar verbinding; verbinding met zichzelf, verbinding met hun leefomgeving. Ik geloof dat wanneer de mens ‘in verbinding’ is, deze mens in staat is tot ‘excellente prestaties’, zowel individueel als samen met anderen. Ik krijg energie van hen die trots zijn op hun eigen kracht en weten waar hun passie ligt. Mensen ook die het aandurven eerlijk te bekennen dat zij ook kanten hebben waar nog ontwikkeling mogelijk is.
Wat zijn dan ‘excellente prestaties’?
Voor mij betekent excellent meer dan alleen bedrijfsmatig goed presteren, een goede positie, status enzovoort. Excellent bestaat voor mij zeker ook uit het vinden van voldoening. Voldoening omdat je er toe doet, omdat je bezig bent met wat jij geweldig vindt, omdat je voelt dat je iets goeds teweeg brengt.
Excellent heeft ook te maken met het vinden van de juiste balans. Een evenwicht waarbij jij je goed voelt. Welke balans dit is en hoe die eruit ziet is voor iedereen anders, er is geen goed of fout. Zo is een belangrijk aspect voor mij het vinden en behouden van de juiste balans tussen werk en privé. Deze balans is voor mij juist, wanneer het op een stimulerende manier inzetten van mijn professionaliteit hand in hand gaat met het genieten van ons gezin (mijn man en onze drie kinderen), familie en vrienden.
Ik heb mogen ervaren dat excellentie ontstaat daar waar mensen zelf de handschoenen aantrekken. Wanneer je zelf achter het stuur gaat zitten en jouw succes niet af laat hangen van anderen. Daarbij is het af en toe best fijn om rustig op de bijrijderstoel te zitten en te genieten van de omgeving, wetende dat ook dat een eigen keuze is.
In het stimuleren van ontwikkeling vind ik iedere dag opnieuw een bijzondere uitdaging. Voorafgaand aan een proces van excellent bezig zijn, gaat vaak een proces van ont - wikkelen. Het afgooien van de wikkels die door de jaren heen zijn aangebracht (houding, procedures, vaste manier van de dingen doen) in een omgeving die genoeg veilig is om ermee te beginnen en genoeg uitdagend om er mee door te gaan.
Mijn kracht zit in het stimuleren van de eigen denk- en doe-kracht van mensen zodat nieuwe paden zichtbaar worden. Nieuwe paden die leiden naar levenslustige mensen in levenslustige omgevingen.

Lang geleden, toen honden nog konden spreken, zat voor de grot die toegang tot de hemel geeft een vrouw. Een gezicht als een walnoot had ze, zo lang had zij daar al gezeten. Tussen haar knieën hield zij een leren zak geklemd, waarin zij de warmte van de wereld bewaarde. De aarde was in die dagen rondom bedekt met ijs, de rivieren waren hard geworden en langzaam verdwenen ook de vlakten en alle bergen onder sneeuw. Als pegels raakten de mensen op aarde verstard en de tranen van het oudje bevroren in haar ogen, maar de zak wilde zij niet openen. Zo bang was zij, bang dat haar warmte de sneeuw zou doen smelten en het ijs vloeibaar zou maken. Zij had bedacht dat de wereld dan zou overstromen en zij zou verdrinken. Dus trok ze het koord nog strakker aan en dacht dat ze daar goed aan deed. Maar zij was een mens en denken was niet haar sterkste kant. Zo zat zij daar alleen, en zij probeerde zich goed te houden en sprak zichzelf moed in omdat zij in haar eentje de wereld aan het redden was, maar ondertussen begonnen haar vingers te tintelen en één voor één vroren haar tenen af. Ten slotte, toen zij helemaal hard was, verloor ze haar greep op de leren zak. Ze voelde hoe hij langzaam uit haar handen gleed, maar haar vingers gehoorzaamden niet meer. En ze voelde hoe hij wegzakte uit de klem van haar dijen, maar het lukte haar met geen mogelijkheid haar knieën nog tegen elkaar te drukken. Zij wilde haar ogen sluiten om het vreselijke dat de wereld te wachten stond niet te hoeven zien, maar haar bevroren oogleden stonden stijf opengesperd, en ze kon niet anders dan toezien hoe de zak openviel en alle hitte eruit stroomde. Warme lucht golfde over de vlakten en omarmde de aarde als een moeder die haar kind terugziet. En inderdaad, het ijs werd water en de sneeuw smolt precies zoals de oude vrouw altijd al gevreesd had. Zeeën kolkten weer en rivieren liepen vol. Maar buiten de oevers traden ze niet, want de grond dronk gretig en de bomen konden de dorst van hun wortels weer lessen, zodat zelfs in de dorste takken het leven terugkeerde en de vlakten overal weer paars en goud, roze en korenblauw kleurden. En als laatste, hoog boven dat alles, ontdooide voor haar grot die toegang tot de hemel geeft, de oude vrouw. Van haar voeten naar haar vingers kwam in alles weer beweging. Uiteindelijk kon zij zelfs haar hart nog even voelen kloppen. Zij dacht aan al die jaren dat ze in de kou had gezeten en waarom eigenlijk en ze merkte dat het vocht uit haar ogen niet meer zoals vroeger stolde in haar kraaienpootjes.